Het komt ook voor dat de rechter in de beschikking opneemt welke regeling partijen ter zitting zijn overeengekomen. De vraag is of hoger beroep dan nog mogelijk is.
Art. 3:303 BW bepaalt dat zonder voldoende belang niemand een rechtsvordering toekomt. Het artikel vormt de neerslag van de in de rechtspraak ontwikkelde regel ‘geen belang, geen actie’. Met ‘voldoende belang’ wordt bedoeld: voldoende belang om een procedure te kunnen rechtvaardigen.
Volgens vaste rechtspraak strekt het hoger beroep mede ertoe de appellerende partij de gelegenheid te bieden tot het verbeteren en aanvullen van hetgeen zij bij de procesvoering in eerste aanleg heeft gedaan of nagelaten. De Hoge Raad heeft in echtscheidingszaken geoordeeld dat het rechtsmiddel van hoger beroep niet is gegeven om aan een partij wier verzoek tot echtscheiding door de eerste rechter is toegewezen, gelegenheid te geven die beschikking ongedaan te maken.
Als uitgangspunt geldt dat de partij van wie het verzoek door de rechter in eerste aanleg is toegewezen, geen belang heeft bij een hoger beroep en dat het rechtsmiddel van hoger beroep er niet voor dient in een dergelijk geval gelegenheid te geven om de beschikking waarbij het verzoek is toegewezen, ongedaan te maken.
Een door de rechtbank vastgelegde zorgverdeling of alimentatie kan echter wijziging behoeven omdat omstandigheden zich nu eenmaal in de loop der tijd kunnen wijzigen. Een wijziging van omstandigheden kan zich zelfs al voordoen binnen drie maanden na afgifte van de beschikking (de beroepstermijn). Dan staan er twee mogelijkheden open in geval van een wijziging van omstandigheden. 1. Wijziging vragen bij de rechtbank op grond van art. 1:253a, lid 4 BW; 2. Binnen de appeltermijn een beslissing van het Hof vragen. In een alimentatiezaak waarin net als in zorgzaken een wijziging van omstandigheden steeds aan de rechter kan worden voorgelegd, heeft de HR op 12 februari 2010, overwogen dat de omstandigheid dat tegen de uitspraak waarvan wijziging wordt verzocht een rechtsmiddel openstaat of heeft opengestaan, niet in de weg staat aan het kiezen voor een wijzigingsprocedure bij de rechtbank.
Het omgekeerde geldt ook. Het staat de verzoeker vrij te kiezen voor een appelprocedure in plaats van een wijzigingsverzoek bij de rechtbank. Zo volgt uit de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 28-6-2024 (ECLI:NL:HR:2024:968) waarin (na een niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep door het Hof) wordt overwogen dat het hof heeft miskend dat, ook als het verzoek of de vordering van een partij in eerste aanleg is toegewezen, deze partij belang kan hebben bij het instellen van hoger beroep; hoger beroep kan immers ook uitsluitend dienen tot verandering of vermeerdering van verzoek of eis. Deze uitspraak is gedaan in een zaak waarin partijen op zitting bij de rechtbank overeenstemming hadden bereikt over de zorgregeling, die vervolgens was opgenomen in de beschikking. De Hoge Raad overwoog tevens dat in het midden kon worden gelaten of de vrouw haar initiële verzoek had aangepast en of zij dus had gekregen wat zij in eerste instantie wilde.